Nochtans was MyPsy iets waar psychologen wel nood aan hebben. Consultaties via videochat nemen namelijk gestaag toe. Internationaal onderzoek toont ook aan dat de meeste patiënten openstaan voor telepsychotherapie (net als telegeneeskunde) en dat het ook effectief kan zijn.

Je kan denken dat de toegevoegde waarde hiervoor eerder beperkt is, in ons compacte Vlaanderen. Een courante opvatting is echter dat de reistijd voor een patiënt idealiter niet langer is dan de consultatie (die vaak 50 minuten duurt). Sporadisch opteren voor videochat is dan misschien nog niet zo'n slecht idee.

Verder lijken Vlaamse psychologen vooral 'de verbinding te maken' via apps die hier eigenlijk niet voor dienen, zoals Skype. Een beveiligde omgeving had dan ook potentieel en kon een mooie stap vooruit zijn, zowel op het gebied van dienstverlening als qua deontologie.

Speculeren naar oorzaken

Waarom bleef het succes uit? Een eerste, voor de hand liggende piste is dat psychologen niet bereid waren om voor de dienst te betalen. Dit kan een gevolg zijn van het feit dat videochat zich voor psychologen momenteel nog in een juridisch grijze zone bevinden: als je een gratis app kan gebruiken, waarom kiezen voor een betalende dienst?

Psychologen hadden nood aan MyPsy, consultaties via videochat nemen gestaag toe

Een tweede piste is dat de dienst mogelijk onvoldoende vertrouwd was bij hulpverleners, een risico waar veel KMO's op botsen. Tijd en energie investeren in een functioneel product is belangrijk en noodzakelijk. Dat product vervolgens 'aan de man' brengen in onze (geestelijke) gezondheidszorg, is een huzarenstukje.

Een derde en laatste piste is dat het onduidelijk is hoe hulpverleners zelf tegenover deze innovatie staan: ze gaan er misschien wel sporadisch mee aan de slag, maar structureel gebruik lijkt voorlopig beperkt.

Met vallen en opstaan

Artsen die met telegeneeskunde aan de slag willen gaan, kunnen in België online terecht, bijvoorbeeld bij ViViDoctor. In 2017 formuleerde de Nationale Raad van de Orde der artsen nog haar bezorgdheid rond ViViDoctor en de praktijk van telegeneeskunde. Het zou potentieel gevaarlijk zijn en weinig toegevoegde waarde bieden voor de algemeen vrij vlot bereikbare huisartsen in ons land.

Recent startte echter een studie van Domus Medica die deze praktijk toch wil evalueren, in het bijzonder bij chronische patiënten. Ook de overheid zette een tandje bij, door met mhealthbelgium.be samen met de technologische sector nu ook een kader aan te bieden om het gebruik van dergelijke tools te ondersteunen en stimuleren.

Met dergelijke evoluties kan je je misschien afvragen of we in Vlaanderen op termijn vooral met de huisarts zullen beeldbellen en nog slechts uitzonderlijk in persoon langsgaan. Het antwoord is vrij simpel: misschien, maar voor morgen zal het in elk geval niet zijn.

Nochtans was MyPsy iets waar psychologen wel nood aan hebben. Consultaties via videochat nemen namelijk gestaag toe. Internationaal onderzoek toont ook aan dat de meeste patiënten openstaan voor telepsychotherapie (net als telegeneeskunde) en dat het ook effectief kan zijn.Je kan denken dat de toegevoegde waarde hiervoor eerder beperkt is, in ons compacte Vlaanderen. Een courante opvatting is echter dat de reistijd voor een patiënt idealiter niet langer is dan de consultatie (die vaak 50 minuten duurt). Sporadisch opteren voor videochat is dan misschien nog niet zo'n slecht idee. Verder lijken Vlaamse psychologen vooral 'de verbinding te maken' via apps die hier eigenlijk niet voor dienen, zoals Skype. Een beveiligde omgeving had dan ook potentieel en kon een mooie stap vooruit zijn, zowel op het gebied van dienstverlening als qua deontologie.Speculeren naar oorzakenWaarom bleef het succes uit? Een eerste, voor de hand liggende piste is dat psychologen niet bereid waren om voor de dienst te betalen. Dit kan een gevolg zijn van het feit dat videochat zich voor psychologen momenteel nog in een juridisch grijze zone bevinden: als je een gratis app kan gebruiken, waarom kiezen voor een betalende dienst? Een tweede piste is dat de dienst mogelijk onvoldoende vertrouwd was bij hulpverleners, een risico waar veel KMO's op botsen. Tijd en energie investeren in een functioneel product is belangrijk en noodzakelijk. Dat product vervolgens 'aan de man' brengen in onze (geestelijke) gezondheidszorg, is een huzarenstukje. Een derde en laatste piste is dat het onduidelijk is hoe hulpverleners zelf tegenover deze innovatie staan: ze gaan er misschien wel sporadisch mee aan de slag, maar structureel gebruik lijkt voorlopig beperkt. Met vallen en opstaanArtsen die met telegeneeskunde aan de slag willen gaan, kunnen in België online terecht, bijvoorbeeld bij ViViDoctor. In 2017 formuleerde de Nationale Raad van de Orde der artsen nog haar bezorgdheid rond ViViDoctor en de praktijk van telegeneeskunde. Het zou potentieel gevaarlijk zijn en weinig toegevoegde waarde bieden voor de algemeen vrij vlot bereikbare huisartsen in ons land. Recent startte echter een studie van Domus Medica die deze praktijk toch wil evalueren, in het bijzonder bij chronische patiënten. Ook de overheid zette een tandje bij, door met mhealthbelgium.be samen met de technologische sector nu ook een kader aan te bieden om het gebruik van dergelijke tools te ondersteunen en stimuleren.Met dergelijke evoluties kan je je misschien afvragen of we in Vlaanderen op termijn vooral met de huisarts zullen beeldbellen en nog slechts uitzonderlijk in persoon langsgaan. Het antwoord is vrij simpel: misschien, maar voor morgen zal het in elk geval niet zijn.