Federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) gaf de deelnemers aan de Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) vorige week gratis advies (Artsenkrant nr. 2578).

Haar Vlaamse collega Jo Vandeurzen (CD&V) vond dat ze de nagel op de kop sloeg. "Het overleg met de GGZ is heel complex. De chaotische organisatie van de sector is één van de redenen waarom hij zo weinig weegt op de besluitvorming", zegt Vandeurzen. De Block noemde de organisatie ook 'raar' met enerzijds een supergespecialiseerd psychiatrisch ziekenhuisaanbod en anderzijds een eerste lijn met niet altijd voldoende opgeleide huisartsen.

Allicht ongewild illustreerde de Staten-Generaal de versnippering goed: niet minder dan 42 (!) organisaties maakten hun opwachting. En in het debat over de transitiezorg later op de dag stelde men de opdeling in aparte verenigingen voor volwassenen en voor kinder- en jeugd-psychiatrie openlijk in vraag.

Nefast

Een eerste debat op de Staten-Generaal ging over wachttijden in de GGZ. Bram Spinnewijn, huisarts in Antwerpen, stelde dat de nulde en eerste lijn beter uitgebouwd en professioneel ondersteund moeten worden. "Ik bots dagelijks op wachttijden. We proberen zoveel mogelijk zelf in handen te nemen en naar boven en naar beneden verbinding te zoeken. Het basisbeeld 'getrapte zorg' waarbij de huisarts het hogere niveau is, is echter verkeerd. Juister is te spreken over geschakelde zorg met de nadruk op samenwerking, het samenleggen van competenties en het elkaar aanleren van vaardigheden." In de praktijk van dokter Spinnewijn is vijf uur per week een eerstelijnspsycholoog aanwezig. "Dat is al een verlossing voor de grootste zorg", zei hij.

Voor Paul Van Deun (VAD) zijn wachttijden in de verslavingsproblematiek 'nefast'. "Volgens een recent KCE-rapport wachten mensen gemiddeld sowieso al 18 jaar alvorens naar een hulpverlener te stappen." In elk debat vroegen vrijwel alle panelleden meer geld voor de GGZ. De uitspraak van Toon Derison, stafmedewerker Steunpunt GGZ, dat "met het huidige budget winst kan gerealiseerd worden" ging dan ook niet onopgemerkt voorbij. Derison: "Heel wat zorgverlening is niet goed op elkaar afgestemd. Ook een betere inzet van ervaringsdeskundigen is gewenst." Gezondheidssocioloog Mark Leys (VUB) viel hem bij en benadrukte dat een goed organisatiemodel essentieel is.

Financiële drempels

Armoede en psychische problemen gaan vaak hand in hand. Voor professor Bea Cantillon (UAntwerpen) begint alles met de 'manifest ondermaatse inkomensbescherming van (langdurig) zieken en invaliden.' Cantillon: "Bovendien is de opleg door patiënten bij somatische aandoeningen veel kleiner en is de terugbetaling veel beter dan bij psychische aandoeningen." Dat private verzekeraars psychische aandoeningen en 'slechte risico's' uitsluiten van verzekerings-polissen werd uiteraard ook gehekeld.

Huisarts Karen Smets (Domus Medica) gaf mee dat huisartsen vaak geconfronteerd worden met mensen in armoede en met psychische problemen. "De overheid moet voorzien in een deftig leefloon, deftige huisvesting en recht op arbeid en onderwijs. Pas als die voorwaarden vervuld zijn, kan de hulpverlening en behandeling beginnen." Dat beaamde ook psychiater Kirsten Catthoor, wetenschappelijk secretaris Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie: "Hulpverleners zijn nu eerst teveel economisch bezig, ze 'rekenen en tellen' en pas daarop aansluitend volgt er zorgverlening."

Op de manifeste financiële discriminatie van de ambulante sector wees ervaringsdeskundige Ann Callebert. "Ik ben goed genoeg om niet terug naar het ziekenhuis te moeten. Toch hoop ik te worden opgenomen. Ik heb dan een beter leven en kan zelfs 50 euro per maand sparen..." Bea Cantillon benadrukte de verantwoordelijkheid van de ziekenhuizen die mensen met financiële problemen in een neerwaartse spiraal trekken. "Ziekenhuisfacturen kunnen ook op een menselijke manier geïnd worden, dat gebeurt niet altijd."

Buurtnetwerken

In het debat over de financiering van de geestelijke gezondheidszorg stelde Raf De Rycke, voorzitter Broeders van Liefde, dat een totaal nieuw betalingssysteem aangewezen is. "Momenteel financiert de overheid vooral structuren. Dat is een totaal verouderde visie waarbij men geen rekening houdt met de zwaarte van het zorg-profiel of met kwaliteit. Er zijn geen stimuli voor netwerkvorming hoewel dat ook in de GGZ aangewezen is", beweert Raf De Rycke die pleitte voor een financieringssysteem voor de totaliteit van de GGZ, over alle zorgvormen heen.

Psychiater Frieda Matthys zag daartoe een aanzet met de uitrol van artikel 107-projecten. "Het gaat echter enorm traag omdat het aan de goodwill van de ziekenhuizen wordt overgelaten," zei ze.

Om de verbondenheid te verhogen wil gezondheidseconoom Lieven Annemans (UGent) tot slot dat patiënten zich verplicht inschrijven in huisartsenpraktijken die deel uitmaken van op te richten verplichte buurtnetwerken. "Er wordt nog teveel cavalier seul gespeeld in de zorg."

www.statengeneraalggz.be