Delen

Waar destijds mijnwerkerslongen en loodvergiftigingen de norm bepaalden, zijn de aandoeningen nu verschoven van de strikt fysieke naar de meer mentale.

Voor alle werknemers worden de risico's van hun job in kaart gebracht. Op basis hiervan worden zij met een bepaalde frequentie preventief onderzocht door arbeidsartsen. De standaard frequentie is jaarlijks. Nu is het aantal arbeidsartsen aan het afkalven. Momenteel zijn er nog maar een goeie 900, en met een gemiddelde leeftijd van meer dan 55 jaar komt daar niet direct verbetering in.

We slagen er dus niet meer in om alle werknemers op hun periodiek gezondheidstoezicht te zien. En het nieuw KB Re-integratie heeft dan wel geen aardverschuiving veroorzaakt - uiteindelijk werken we al jaren aan re-integraties van langdurig zieke werknemers via "gewone" werkhervattingsonderzoeken - met haar strikt te volgen procedures en verslagen heeft ze wel een extra administratieve last met zich meegebracht. Something's gotta give.

Er zijn al drie jaar concrete plannen om de wetgeving aan te passen, maar de verschillende belangengroepen raken het niet eens over de wijze waarop. Iedereen vindt dat er iets moet veranderen, maar hoe, dat is een ander verhaal.

Dus zijn de meeste externe diensten zelf gestart met experimenten, nog binnen het wettelijk kader. Onderzoeken om de twee jaar bijvoorbeeld, met tussenliggend een onderzoek bij een verpleegkundige of een schriftelijke bevraging. Want het is niet meer realistisch om de huidige wetgeving strikt te volgen. En eerlijk gezegd, heeft dat ook echt nog een meerwaarde?

De arbeidsrisico's zijn in België veranderd in de voorbije vijftig jaar. Waar destijds mijnwerkerslongen en loodvergiftigingen de norm bepaalden, zijn de aandoeningen nu verschoven van de strikt fysieke naar de meer mentale. Bijna de helft van de oorzaken van langdurig verlet betreft stress, depressie en burn-out. En de ander grote factor van verlet, locomotorische aandoeningen, heeft een belangrijke psychogene component. Voor klachten door mentale overbelasting heeft een jaarlijks consult van een kwartier bij de arbeidsarts niet veel impact.

De preventiebudgetten van bedrijven worden beter ingezet in een goed gekaderd beleid, waarbij de arbeidsartsen in samenwerking met andere experten zoals bedrijfspsychologen, ergonomen, bedrijfsverpleegkundigen en andere preventieadviseurs de werknemers collectief en gericht opvolgen.

Via regelmatige bevragingen kunnen we screenen naar onderliggende problemen, en gefundeerde collectieve adviezen geven op maat van de onderneming, de afdeling of de werkpost.

Werknemers met individuele gezondheidsproblemen kunnen nog steeds bij de arbeidsarts terecht via een spontane raadpleging, een bezoek voorafgaand, een werkhervattingsonderzoek of een verzoek tot re-integratie. De behandelend arts kan bijdragen om de drempel voor de werknemer zo laag mogelijk te houden, door bij werkgerelateerde klachten naar ons door te verwijzen.

Zo blijven we als arbeidsartsen een meerwaarde betekenen, door gericht mee te werken aan een maximale tewerkstellingsgraad, zij het in aangepast of ander werk. Dit komt zowel de maatschappij ten goede door verlaagde ziektekosten, als de werkgever door verminderde uitval van haar arbeidskrachten, als - uiteraard - de werknemer zelf die kan blijven werken.

Of we kunnen blijven doorgaan zoals vroeger, en de werknemers elk jaar in ons medisch kabinet blijven ontvangen. Want "de wet zegt dat het moet".